Thérèse Schwartze (1851-1918)

Thérèse Schwartze (1851 – 1918) is zo’n begenadigd portretschilder dat zelfs het Florentijnse Uffizi een zelfportret van haar opneemt. Zij portretteert ook leden van het koninklijk huis.

 

‘… Ik zal mij meer op alles toeleggen, om eens met God’s zegen, mijn eigen brood door … schilderen​ te kunnen verdienen.’

Thérèse Schwartze, Voorstudie (weesmeisje), 1880-1890. Collectie: Stedelijk Museum Schiedam.

Handelsmerk

Thérèse Schwartze (Amsterdam, 1851 – Amsterdam, 1918) krijgt kunst tijdens haar jeugd met de paplepel ingegoten. Haar vader, de beroemde schilder Johan George Schwartze, geeft haar dagelijks schilderles. Tussen 1873 en 1875 volgt zij lessen in esthetica en kunstgeschiedenis aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam. Het portret wordt haar handelskenmerk.

 

 

Koninklijk huis

Schwartze bevindt zich in vooraanstaande kringen. Ze portretteert leden van het
Nederlandse koninklijk huis en geeft zelfs les aan een lid van de familie. Ver buiten
Nederland verwerft zij aanzien met haar virtuoze portretten, ondanks dat de hele kunstwereld in die tijd kijkt naar de moderne impressionisten. Portretten worden oubollig en elitair gevonden.

Medaille

Schwartze zet haar onderwerp in steeds vlotter wordende toetsen neer, vaak in een
ontspannen houding of met een vriendelijke lach. Zelfs de portretten van edelen worden nooit stijf of saai. Voor haar werk ontvangt Schwartze de Groote Gouden Medaille van koning Willem III. In 1888 mag zij een zelfportret insturen naar de Galleria degli Uffizi in Florence, een eer die niet veel kunstenaars toekomt. Het portret wordt opgenomen in de collectie.

Thérèse Schwartze, Een schippersjongen, 1900-1915. Collectie: Stedelijk Museum Schiedam.