Een gastvrij huis*

*Aan een straat in een stad.

In 1940, de Tweede Wereldoorlog is al in volle gang, valt er toch iets te vieren in Schiedam. Het Stedelijk Museum Schiedam, dat vanaf 1899 op de zolder van de Sint Joris doelen zit, opent zijn deuren in het tot museum omgetoverde Sint Jacobs Gasthuis aan de Hoogstraat. De collectie komt hier prachtig tot zijn recht. Je kunt je bijna niet meer voorstellen dat in dit gebouw Schiedamse ouderen en zieken woonden. Het Stedelijk Museum Schiedam laat zich inspireren door de tijd waarin het gebouw nog gasthuis was; het wil een gastvrij huis aan een straat in een stad zijn. Een plek van schoonheid en ontmoeting voor Schiedammers en liefhebbers van kunst en geschiedenis uit heel Nederland.


Al zeven eeuwen gasthuis

De stad Schiedam en het Sint Jacobs Gasthuis zijn door de eeuwen heen steeds samen geweest. Generaties lang is het gasthuis een haven voor mensen die hulp nodig hebben; de zieken, de armen, de ouderen – vaak een combinatie daarvan. Het eerste Schiedamse gasthuis wordt rond 1267 gesticht door gravin Aleida van Henegouwen, zus van Willem II, de graaf van Holland. Veel steden krijgen in de middeleeuwen een gasthuis. Aanvankelijk is dit een plek waar daklozen – landlopers, maar bijvoorbeeld ook pelgrims op doorreis – de nacht konden doorbrengen. Na verloop van tijd beginnen de gasthuizen meer op onze huidige ziekenhuizen te lijken. Alleen in Schiedam, Den Bosch en Delft vind je nu nog gasthuizen die zo’n lange geschiedenis hebben.


Toen al, maar nu nog steeds

Het Schiedamse gasthuis heeft in de loop van zeven eeuwen op verschillende plekken aan de Hoogstraat gestaan. Dat zie je ook op deze oudste kaart van Schiedam, uit 1560. Het gebouw had een kapel in het midden en aan beide zijden een vleugel en een paar huisjes. Eind achttiende eeuw wordt dit gasthuis afgebroken om plaats te maken voor het huidige gebouw. In 1790 is het klaar.

Kaart van Jacob van Deventer. Bron: Gemeentearchief Schiedam


Jan Giudici (1746-1819)

Het Schiedamse gasthuis zoals we dat nu nog kennen is ontworpen door de architect Jan Giudici, van oorsprong een Italiaan. Veel van zijn werk deed hij in Rotterdam en Leiden.

In Schiedam vind je nog drie gebouwen van zijn hand:

  • de Korenbeurs (de huidige bibliotheek aan de Lange Haven 145, uit 1792)
  • Huis Nolet (Lange Haven 65, uit 1804)
  • een monumentaal herenhuis in Lodewijk XVI-stijl (Tuinlaan 24, begin negentiende eeuw)

Portret van Jan Giudici, maker en datering onbekend.


Rechts de vrouwen, links de mannen

De twee vleugels van het gasthuis van Giudici zijn met elkaar verbonden door een kapel. Dit symmetrische grondplan is typisch voor de neoclassicistische stijl die eind achttiende eeuw heel modern is, net als de kolossale zuilen aan de buitenzijde van de kapel. De twee vleugels lijken op eenvoudige woonhuizen uit die tijd. In de rechtervleugel wonen de mannen; links de vrouwen. Voor getrouwde stellen – want die wonen ook in het gasthuis – is er vanaf 1912 een aparte huiskamer, zodat zij overdag samen kunnen zijn.

Op de achtergrond de kapel van het Sint Jacobsgasthuis in 1885-1890. Bron: Gemeentearchief Schiedam.


Wie wonen er eigenlijk?

Vanaf 1855 neemt het Sint Jacobs Gasthuis geen zieken meer op. Die gaan voortaan naar het stadsziekenhuis. En ook geen mensen van buitenaf. Als je in het gasthuis wil verblijven moet je inwoner van de stad zijn. Gemiddeld heeft het gasthuis zo’n veertig bewoners. Vooral ‘schamele lieden’, arme mensen die zo oud zijn dat ze niet meer voor zichzelf kunnen zorgen. Timmerlieden, metselaars, sjouwers, zakkendragers, brandersknechts en zeelieden, want in Schiedam is rond die tijd 80% van de mensen arbeider.

Wonen en slapen

De woonkamers van de bewoners zijn sober ingericht. De mannen en vrouwen van het Sint Jacobs Gasthuis slapen in een bed dat voor een beetje privacy is afgeschermd met gordijnen. In de kist bij hun voeteneinde bewaren ze schoon goed en wat persoonlijke spullen. Het is gebruikelijk dat de directrice of directeur in het pand woont waarover zij of hij de dagelijkse leiding heeft. Zo ook in het Sint Jacobs Gasthuis. Hun slaapkamer is behoorlijk luxer dan die van de bewoners. Maar niet zo comfortabel als de regentenkamer. Hier vergadert het bestuur en worden belangrijke besluiten genomen. De bestuursleden drinken koffie of warme chocolademelk en roken pijptabak – toen een luxe! – als ze de financiële situatie van het gasthuis bespreken.



Washuis, gijzelkamers en oefenschietbaan

In de kelder van het Gasthuis zijn de dienstruimtes, zoals de keuken en de turfkelder. De kleine cellen in de kelder van de kapel zijn ‘gijzelkamers’. In deze hokjes, en in de grote loopcel met tralies, worden ‘weerspannige oude lieden’ geïsoleerd. Justitie gebruikt de cellen soms om mensen op te sluiten tot het proces. Tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft de kelder van de kapel een heel andere functie; het verzet heeft er een oefenschietbaan. De loden platen waarop ze schieten zijn later teruggevonden in een berg puin.


Ouderen eruit, aardappels erin

In 1934 verhuizen de bewoners naar het nieuwe, comfortabelere gebouw aan de Burgemeester Knappertlaan in Schiedam. Dat is een gebouw van de Schiedamse architect Piet Sanders. Het oude Sint Jacobs Gasthuis heeft dan een tijdje geen vaste bestemming. Het zijn de zogenaamde crisisjaren en door de wereldwijde beurskrach er is veel armoede in de stad. Werklozen van de stad Schiedam kunnen dankzij de Dienst voor Maatschappelijk Hulpbetoon in het Sint Jacobs Gasthuis goedkope aardappelen en groente komen kopen. Hier zie je hoe dat eraan toeging op de eerste dag van de verkoop, in 1935. Ondanks de penibele omstandigheden ogen veel van de mensen vrolijk. De foto’s zijn gemaakt door J. Schneider en zijn in beheer bij het Gemeentearchief Schiedam.


Werklozen staan in de rij voor goedkoop voedsel in 1935*

De verkopers, ook werklozen, bij bergen aardappels.*


Een museum voor iedereen

Na de nodige voorbereidingen opent in 1940 het Stedelijk Museum Schiedam zijn deuren in het voormalige gasthuis. In de rechtervleugel zijn de museumzalen en kantoren, op zolder het depot. De linkervleugel wordt in 1966 ook in gebruik genomen als museum. Voortaan staan hier de deuren wijd open voor iedereen die wil komen genieten van kunst en geschiedenis.


Kunstklassen

Het Stedelijk Museum Schiedam heeft een lange traditie van kunsteducatie. Pierre Janssen, directeur van het museum tussen 1956 en 1962, richt een ruimte in voor de Kunstklassen. Veel Schiedammers volgen hier voor het eerst een creatieve workshop. De Kunstklassen blijven in de jaren daarna, onder directeur Hans Paalman, een vaste waarde in het museum. Paalman staat van 1963 tot 1990 aan het hoofd van het Stedelijk Museum Schiedam. Hij zei hierover in een artikel van Het Vrije Volk (20 augustus 1969): ‘De hele opzet is om mensen vertrouwd te maken met verf en andere dingen, zoals hout en klei. En dat ze gaan begrijpen wat kunstenaars doen.’
We weten niet wie deze foto uit 1962 gemaakt heeft.

Kunstklassen in het Stedelijk Museum Schiedam, 1962. Bron: Gemeentearchief Schiedam


De zolder van Karel Appel

De opslagzolder van de vrouwenvleugel doet vanaf 1940 tot 2003 dienst als museumdepot. De zolder van de mannenvleugel pas vanaf 1996. Hier zitten in de Tweede Wereldoorlog (1940-45) veel mensen ondergedoken. In de jaren vijftig gebruikt kunstenaar Karel Appel de zolder als opslagruimte. Hij woont op dat moment in Parijs. Zijn atelier in Amsterdam heeft hij verhuurd aan kunstenaar Gerrit Benner. Als die begint te klagen over het gebrek aan ruimte in het atelier krijgt Appel de mogelijkheid een deel van zijn spullen op de zolder van het museum op te slaan. Hij dankt dit aan zijn vriendschappelijke contact met de Schiedamse drukker Goos Verweij, die ook lid is van de museumcommissie. Dit zorgt er uiteindelijk voor dat het museum een mooie serie gouaches van Appel aankoopt.


Happenings, mensenmenigtes en hoog bezoek

De komst van het museum naar het gasthuis zorgt voor nog meer bijzondere gebeurtenissen in het gebouw. Zo opent in 1958 de tot dan toe grootste tentoonstelling: ‘Man en Paard’. Voor het eerst worden hier kunstwerken van over de hele wereld getoond. Paarden in alle soorten en maten, van de prehistorie tot moderne kunst. Op veel bezoek werd niet gerekend, zo schrijft de krant Het Vrije Volk op 12 juli van dat jaar. Verrassend genoeg wordt deze tentoonstelling juist een groot succes.


Mijn leven is een stip tussen duizenden andere stippen.

kunstenaar Yayoi Kusama

In die jaren verandert de kunst heel snel. Zo gaat het er 1967 al veel minder braaf aan toe. De Japanse kunstenaar Yayoi Kusama (1929) beschildert de blote kunstenaar Jan Schoonhoven tijdens een happening in de kapel van het Stedelijk Museum Schiedam. Hij zit van onder tot boven met de stippen die voor Kusama zo kenmerkend zijn.
Foto: Herbert Behrens. Collectie Nederlands Fotomuseum, Rotterdam.


‘Een boeket tropische bloemen’

In 1988 krijgt het museum hoog bezoek. Voor de opening van Bida i koló (leven en kleur) komen niet alleen de ministers Merrijwheather (Aruba) en Jesurun (Nederlandse Antillen) naar Nederland, ook koningin Beatrix is aanwezig om deze tentoonstelling te openen. Toenmalig museumdirecteur Paalman wil met deze tentoonstelling het werk van kunstenaars uit Aruba, Bonaire, Curaçao en Sint Maarten een welverdiend podium geven. José Capricorne, de coördinator in Curaçao, typeert Bida i koló als ‘een boeket van tropische bloemen’, zo lezen we in het Rotterdamsch Nieuwsblad van 12 december 1988.

Koningin Beatrix bekijkt de tentoonstelling Bida i koló, 1988. Fotograaf onbekend. Bron: Gemeentearchief Schiedam.

Boksen in het museum

In 2019 stond er een echte boksring in het museum. Hier gingen toenmalig museumdirecteur Deirdre Carasso en kunstenaar Anne Wenzel (1972) de strijd aan, na maanden van training. Als Wenzel zou winnen, mocht ze naar eigen inzicht een tentoonstelling inrichten in het museum. En ze won.
Er bestaat een relatie tussen kunst en boksen. De Amerikaanse kunstenaars Andy Warhol en Jean-Michel Basquiat namen het tegen elkaar op. In Europa bokste museumdirecteur Jan Hoet, evenals kunstenaars als Armando en Joseph Beuys. En in 2019, het jaar van de viering van 100 jaar vrouwenkiesrecht, is een vrouwelijke variant aan het rijtje toegevoegd met de wedstrijd tussen Carasso en Wenzel.

Anne Wenzel (r) en Deirdre Carasso. Fotografie Aad Hoogendoorn


Vóór het gasthuis was er alleen een zolderkamer

Als het museum in 1899 wordt opgericht is het eerst nog een periode gevestigd op een zolderkamer in de Sint Joris Doelen. Daar mag vanaf 1910 publiek komen kijken bij de spullen uit de verzameling van Majoor Gerrit Visser Bastiaansz., wethouder van Schiedam en vooral geïnteresseerd in de schutterij en archeologie. Het museum is alleen op woensdagmiddag open. Per jaar komen ongeveer honderd mensen kijken.


Restauratie en uitbreiding

Op 14 mei 2022 zet het Stedelijk Museum Schiedam de deuren weer wagenwijd open na een grote renovatie. Vanaf het najaar van 2020 is gewerkt aan het opknappen van het gebouw. Met nieuwe verlichting, een nieuwe klimaatinstallatie en nog veel meer verbeteringen kan de collectie weer stralen als nooit tevoren.

Ook in de jaren 2003-2006 wordt het Sint Jacobs Gasthuis grondig gerestaureerd en gerenoveerd. Het aantal tentoonstellingszalen neemt dan toe van vier naar elf. Op 8 april 2006 vindt de feestelijke opening plaats. Een dag met een koninklijk randje, want koningin Beatrix vereert het museum met een bezoek.

Kapel, kansel en klokken

Voor de vroegere bewoners van het gasthuis is de kapel de plek waar de strikt van elkaar gescheiden mannen en vrouwen samenkomen. En nog steeds is de kapel een ontmoetingsplaats. Sinds 2014 is deze ruimte onderdeel van het museum. Met de rode kasten van het wereldberoemde architectenbureau MVRDV, bekend van de Markthal in Rotterdam, is de kapel een echte blikvanger. De kasten zijn gevuld met stukken uit de museumcollectie.
Het houten kansel van beeldhouwer A. van Campenhout is in 1789 geplaatst. De klokken in het torentje bovenop de kapel zijn gemaakt door klokkengieter A.J. van Gein. Hier komt een groot stuk van de geschiedenis van het gebouw samen, want in de balken van de houten overkapping krassen gedurende de jaren (nu niet meer!) museummedewerkers en ambachtslieden hun initialen.

De kapel van het museum met de inrichting van MVRDV. Foto: Mieke Lindeman


Het orgel is in 1773 gebouwd door Hendrikus Hermanus Hess uit Gouda*

Foto: A.C. de Voogd van der Straaten, 1957. Bron: Gemeentearchief Schiedam.

In opdracht van de protestantse kerk maakt Hermanus Hess een orgel met 757 pijpen, tien stemmen en twee discant-stemmen. Het lood in de pijpen geeft een mooie, zachte, warme toon. Bij de sloop van het oude Sint Jacobs Gasthuis in 1785 wordt het orgel uit elkaar gehaald en opgeslagen. In 1793 wordt het herplaatst in het nieuwe gasthuis, waar het nog steeds hangt.
De middentoren van het orgel is versierd met een medaillon met een bijbelse profeet. In de ene hand heeft hij de tafelen der wet, in de andere een profetenrol. Rond de figuur lees je ‘A la loi et au témoignage’ oftewel: ‘Tot de wet en tot de getuigenis’ uit Jesaja 8, vers 20. Het wapen van Schiedam sluit het medaillon af.