Cobra-kunst is wild, kleurrijk en spontaan*

*Daar moesten de mensen best even aan wennen.

De Cobra-beweging bestaat uit kunstenaars die behoefte hebben aan een vrije manier van schilderen. In de sobere jaren na de Tweede Wereldoorlog beginnen deze ‘experimentelen’ nieuwe vormen te zoeken om hun creativiteit te uiten. De klassieke regels voor schilderkunst lappen ze aan hun laars. Schilderen gaat vanuit de verbeelding en niet ‘zoals het hoort’. Het wemelt in hun werk  van de dieren en fantasiewezens. Hun kunst is spontaan en kleurrijk. Maar tussen al dit vrolijke schemert ook een somber oorlogsverleden door. Drie jaar lang werken ze officieel samen, tussen 1948 en 1951. Het Stedelijk Museum Schiedam begint in 1954 als een van de weinigen al met het verzamelen van Cobra-kunst.



Publiekslievelingen

Cobra bestond officieel slechts drie jaar, tussen 1948 en 1951. Hoe kort ook, de invloed van de samenwerking tussen Cobra-leden is enorm gebleken. Zo’n zeventig jaar later behoren de werken van Cobra tot de publiekslievelingen van menig museumbezoeker. Dat is wel eens anders geweest, want pers en publiek vonden de werken van de Cobra-groep in hun eigen tijd maar ‘geklad, geklets en geklieder’. Hoe het er in de praktijk aan toe ging zie je in deze video van Karel Appel in zijn atelier.


De werkelijkheid van Karel Appel
Een film van Jan Vrijman uit 1962

Zuinig met papier

In 1958 besteedt het museum het volledige aankoopbudget aan 26 werken op papier van prominent Karel Appel. Het museum heeft werken uit zijn Amsterdamse atelier voor hem bewaard toen Appel in Parijs woonde. Een van die werken is Dier onder sterren (1949). Tijdens een restauratie wordt ontdekt dat hiervan ook de achterkant is beschilderd.

Dat is niet zo vreemd: vlak na de oorlog leeft Appel in armoede. Van het dure papier gebruikt hij dus beide kanten. Sterker nog, Karel Appel vertelde dat hij in zijn beginperiode als schilder werkte in het donker. Er was geen licht en ook geen gas: ”Ik had in die tijd gouache in potjes, ik wist ongeveer waar rood, blauw, geel, groen en zwart stonden en in het donker schilderde ik op karton (..) het werd allemaal min of meer abstract (..) Dan deed ik het licht aan, een kaars, en pakte ik ze op en draaide ze om, want ik zag geen bovenkant en onderkant (..)


Dit is de voorkant van 'Dier onder sterren' (1949). Maar wat staat er op de achterkant van deze Appel? *

De inkttekening achterop dit werk is waarschijnlijk van Cobra-collega Theo Wolvecamp. Extra bijzonder!

Karel Appel, Dier onder sterren, 1949. Collectie stedelijk museum schiededam. C/o Karel Appel Foundation, Pictoright Amsterdam, 2022.


Cobra, CoBrA of de Experimentelen?

De kunstenaars zelf noemen zich uitdrukkelijk ‘experimentelen’. Cobra is de naam van hun eigen tijdschrift. Later wordt deze naam steeds meer gebruikt als groepsnaam. Cobra is bovendien een samenvoeging van de beginletters van de hoofdsteden waar de samenwerkende kunstenaars woonachtig zijn: Copenhague, Bruxelles, Amsterdam. In het Frans, want dat is hun voertaal.


Cobra in Amsterdam
In 1949 is er in het Stedelijk Museum in Amsterdam een tentoonstelling; 29 kunstenaars uit tien landen tonen er hun werk. Het publiek, de pers en de kunstwereld reageren geschokt. Dit is geklieder, geen kunst. Op deze foto zie je een aantal deelnemende kunstenaars bij het museum. Van links naar rechts: Constant met zijn zoon Victor (met het schilderij ‘Masker’ (1949) van Constant), Eugène Brands, Tonie Sluyter (vriendin van Appel), Anton Rooskens, Karel Appel, Jacques Doucet, Gerrit Kouwenaar, Theo Wolvecamp, Lucebert en Jan Elburg. De fotograaf is onbekend.


Dit is de eerste Cobra-aankoop van het Stedelijk Museum Schiedam*

Eugène Brands, Victory Bormifah, 1949. Aankoop van de kunstenaar, 1954, collectie Stedelijk Museum Schiedam.

Kunstenaar Eugène Brands (Amsterdam, 1913 – Amsterdam, 2002) verkoopt in 1954 zijn werk Victory Borfimah (1949) voor 100 gulden aan het museum. Een bescheiden bedrag, omdat de kunstenaar een goede band heeft met toenmalig conservator Daan Schwagermann. De kleuren rood, blauw en geel in dit werk verwijzen naar Victory Boogie Woogie (1944) van tijdgenoot Piet Mondriaan (1872-1944). Maar Brands vindt diens kunst veel te kil en zakelijk. Hij richt zich liever op de magie van traditionele Afrikaanse geneeswijzen. Zo is een ‘borfimah’ een toverbuidel met kruiden van Pygmeeën. Brands zet mystiek tegenover Mondriaans ‘lege’ schilderij.




Wie is wie?

Inmiddels zien we Cobra niet meer als een exclusieve groep: ook kunstenaars die niet direct bij de beweging groep betrokken waren maar wel in een vergelijkbare stijl werkten worden tot de stroming gerekend. Steeds meer aandacht is er voor vrouwelijke kunstenaars die destijds niet officieel bij de groep hoorden, maar wel veel invloed hebben gehad op het werk van de Cobrakunstenaars. Hieronder lees je meer over een aantal Cobra-kunstenaars die goed vertegenwoordigd zijn in de collectie van het Stedelijk Museum Schiedam.

Karel Appel (1921-2006)

Kijk eens naar het schilderij ‘De wilde jongen’ uit 1954. Weg zijn de zware contouren en keurige gladde kleurvakken van rood, geel, blauw, groen en zwart, zoals te zien in het eerdere werk van Karel Appel. In 1954 schildert hij steeds makkelijker. De direct uit de tube opgebrachte verf verander hij niet meer. Hij schilder met een groot gebaar en draait zijn hand niet meer om voor een werk van grote afmetingen. De verf is over het hele doek wild aangebracht en barst uit de vorm.

Karel Appel, De wilde jongen, 1954, collectie Stedelijk Museum Schiedam. C/o Karel Appel Foundation, Pictoright Amsterdam 2022


Eugène Brands (1913-2002)

Eugène Brands maakt veel kleine schilderijen, vaak met olieverf op papier, waarin zijn werkelijkheid als vanzelf op het papier lijkt te verschijnen. Hij ziet dit als de essentie van de schilderkunst.

Eugène Brands, Twee vormen, 1949, collectie Stedelijk Museum Schiedam

Constant (1920-2005)

Niet iedere Cobra-kunstenaar kijkt blijmoedig naar de toekomst. Zes jaar na de Tweede Wereldoorlog schildert Constant de oorlogsgruwelen. In plaats van letterlijke scenes probeert hij het gevoel van wanhoop, verwoesting en verschrikking over te brengen. Zijn titel De verschroeide aarde is veelzeggend. Die verwijst naar de gelijknamige tactiek van de Duitse troepen om alles wat op hun pad kwam te vernietigen.

Binnen de collectie van het Stedelijk Museum Schiedam neemt het oeuvre van Constant, initiator en het brein achter de Nederlandse Cobra-beweging, een belangrijke plek in. Behalve de werken die het museum in de loop der jaren wist te verwerven zijn sinds 2008 nog 52 werken uit de nalatenschap in langdurig bruikleen. Alle werken zijn afkomstig uit het Amsterdamse atelier, waar Constant werkte en dat destijds met hulp van het Stedelijk Museum Schiedam is ontruimd. In 2022 is het 101 jaar geleden dat Constant werd geboren. Dat wordt t/m juli 2022 op verschillende manieren herdacht. Bekijk alles op deze website.

Constant, Verschroeide aarde (III), 1951, collectie Stedelijk Museum Schiedam



Corneille (1922-2010)

De Belgische Cornelis Guilaume Beverloo, beter bekend als Corneille, werkt vanaf 1950 in Parijs. In zijn Cobra-periode bevolken fantasiewezens zijn schilderijen; bizarre wezens die hij bij de Deense evenknie Carl-Henning Pedersen had gezien. Ook de kindfiguren op de doeken van zijn vriend Karel Appel spreken hem aan. Zijn schilderijen brengen de sfeer over van zijn reizen door Europa en Noord-Afrika. Zijn werk ‘Heure Matinale’, een verbeelding van de ochtend, hangt in de jaren zestig in het kantoor van Pierre Janssen. Janssen is dan directeur van Stedelijk Museum Schiedam en bekend van zijn bevlogen besprekingen van kunstwerken op televisie.

Corneille, Le voyage du grand soleil rouge, 1963, olieverfschilderij. Collectie Stedelijk Museum Schiedam. C/o Pictoright Amsterdam 2022

Anton Rooskens (1906-1976)

Anton Rooskens exposeert net als Karel Appel en Corneille in 1946 op de spraakmakende tentoonstelling ‘Jonge Schilders’ in het Stedelijk Museum Amsterdam. Hij sluit hij zich korte tijd aan bij de Cobra-beweging. Rooskens werkwijze is een bijzondere. Eerst laat hij zich volledig losgaan in het schilderen, hij schildert hier en daar beestjes of herkenbare vormen, maar de spontane klodders verf vindt hij even belangrijk. Vervolgens dekt hij grote delen van zijn schildering weer af met zwart. Zo ontstaat een magische donkere wereld met daarin de wezentjes.

Anton Rooskens, Danse Macabre, 1949, olieverfschilderij. Collectie Stedelijk Museum Schiedam. C/o Pictoright Amsterdam 2022



“Bijna alle mannen vinden het aardig als hun vrouw een beetje tekent, schildert, boetseert maar het moet bij een lieve hobby blijven.”

Corbra-kunstenaar Lotti van der Gaag (1923-1999)

Als Lotti van der Gaag (1923-1999) in het Stedelijk Museum Amsterdam werk ziet van de beeldhouwer Ossip Zadkine, vertrekt ze in haar eentje naar Parijs om bij hem in de leer te gaan. Daar vindt ze een atelierruimte bij Karel Appel en Corneille. In haar sculpturen zijn allerlei fantasiewezens en oerfiguren te herkennen: bosgoden, maanmannen en woudlopers. Naast haar baanbrekende sculpturen heeft Van der Gaag ook zo’n driehonderd schilderijen gemaakt.



Theo Wolvecamp (1925-1992)

Uit het niets sluit Theo Wolvecamp zich in 1948 op jonge leeftijd aan bij de Experimentele groep, hij is dan pas drieëntwintig jaar. Het is Corneille die de dan straatarme Wolvecamp ontdekt in Amsterdam en hem voorstelt aan Appel en Constant. Wolvecamp wordt wel ‘de stille kracht van Cobra’ genoemd, omdat hij heel trouw is aan de Cobra-stijl vol van experiment en improvisatie.

Frieda Hunziker (1908-1966)

Frieda Hunziker richt in 1947 met elf anderen de kunstenaarsgroep Vrij Beelden op. Die staat voor een soort kunst die minder aan regels is gebonden. Hunziker geeft veel lezingen en rondleidingen, om zoveel mogelijk mensen bekend te maken met de beleving van abstracte kunst. Na een reis naar Curaçao gaat zij nog fellere kleuren gebruiken. Haar geometrisch abstracte beeldtaal is nog vrijer dan die van tijdgenoten als Karel Appel. Officieel hoorde ze nooit bij de Cobragroep, maar haar werk is zeer verwant aan de Cobra-stijl.


Dora Tuynman (1926-1979)

Dora Tuynman stapt van de figuratieve schilderkunst over naar de abstracte. Het gaat haar voor de wind: in 1951 vindt ze een atelierruimte bij de Cobra-schilders Karel Appel en Corneille. In het befaamde huidenpakhuis aan de Rue Santeuil in Parijs werpt zij pas echt alle reserves van zich af en begint zij te werken in dikke penseelstreken, vaak gemaakt met het paletmes.
Hoewel veel galeriehouders en museumdirecteuren naar het atelier komen voor Appel en Corneille, blijft het werk van Tuynman niet onopgemerkt. Naast in Parijs wordt haar werk ook getoond in Den Haag en Groningen. Deze periode van succes blijkt de piek van Tuynmans carrière. Maar het succes zet niet door. Geplaagd door hallucinaties en depressie maakt de kunstenaar in 1979 een einde aan haar leven. Hieronder zie je haar Compositie uit 1952.