Ontdek de collectie

Meesterlijke vrouwen – biografieën*

*Het werk en leven van 35 kunstenaars uit onze collectie.

In de collectie van het Stedelijk Museum Schiedam zitten werken van honderden beeldend kunstenaars. Maar wie zijn die kunstenaars? De komende jaren gaan we hun verhalen en werk delen. Deze eerste selectie van 35 vrouwelijke kunstenaars is hiervoor het startschot.

Marina Abramovic (1946)

Marina Abramovic (1946) is een pionier in de performance art, die haar fysieke grenzen opzoekt. Ze geeft haar eigen wil aan het publiek, wat tot grote risico’s leidt.

Greet van Amstel (1903-1981)

Greet van Amstel (1903 – 1981) maakt sculpturen, die tijdens de Tweede Wereldoorlog worden vernietigd. Teruggekeerd uit Auschwitz gaat zij schilderen en dichten.

Karin Arink (1967)

Het werk van Karin Arink (1967), tekeningen, sculpturen en installaties, toont het vrouwelijk lichaam dat zich blootgeeft of juist verbergt.

Jeanne Bieruma Oosting (1898-1994)

Jeanne Bieruma Oosting (1898 – 1994) schildert o.m. landschappen en stadsgezichten die dichtbij het naturalisme blijven, ondanks de invloed van het kubisme.

Wijnanda Deroo (1955)

Wijnanda Deroo (1955) maakt portretten van ruimtes, waarin ze hun atmosfeer wil vangen.

Elspeth Diederix (1971)

Elspeth Diederix (1971) wint in 2002 de Prix de Rome voor Fotografie. Ze fotografeert taferelen in de natuur die gemanipuleerd lijken, maar het niet zijn.

Marlene Dumas (1953)

Marlene Dumas (1953) ) is de ​grande dame​ van de hedendaagse kunst. In haar bekende zwartwit-portretten zijn ogen het belangrijkst.

Maria van Elk (1943)

Maria van Elk (1943) maakt na The Soft Living Room steeds conceptueler werk. Ze kiest voor rechtlijnige abstractie, ‘niets meer, niets minder’.

Esiri Erheriene-Essi (1982)

Esiri Erheriene-Essi (1982) schildert grote figuratieve werken, die actuele maatschappelijke thema’s aan de orde stellen.

Lotti van der Gaag (1923-1999)

Lotti van der Gaag (1923 – 1999) boetseert en schildert. Haar spontane sculpturen zijn vooral fantasiewezens en oerfiguren.

Frieda Hunziker (1908-1966)

Frieda Hunziker (1908 – 1966) hanteert een geometrisch abstracte, maar vrije beeldtaal. In 1947 richt ze met elf andere kunstenaars Vrij Beelden op.

Claudy Jongstra (1963)

Textielkunstenares met een grote focus op natuur en landschap.

Fransje Killaars (1959)

Fransje Killaars (1959) geeft, op zoek naar nieuwe ervaringen, met kleur en textiel betekenis aan ruimtes.

Lou Loeber (1894-1983)

Voor Lou Loeber (1894 –1983) is kunst verweven met haar ideaal van een socialistische maatschappij. Kunst moet ook begrijpelijk zijn.

Femmy Otten (1981)

De houten beelden van Femmy Otten (1981) lijken weggelopen uit een mythologische vertelling, maar zijn onmiskenbaar modern.

Charlotte van Pallandt (1898-1997)

Charlotte van Pallandt (1898 – 1997) switcht van schilderen naar beeldhouwen en maakt naam met haar bronzen beeld van koningin Wilhelmina. Zij geldt als een van de beste portrettisten van Nederland.

L.A. Raeven (1971)

L.A. Raeven (1971) is de eeneiige tweeling Liesbeth en Angelique. Alles wat de zussen meemaken, waaronder hun anorexia, gebruiken ze in hun kunst.

Marie van Regteren Altena (1868-1958)

Marie van Regteren Altena (1868 –1958) hoort bij de Joffers: welgestelde Amsterdamse kunstenaressen. Haar stillevens en taferelen zijn opmerkelijk spontaan.

Suze Robertson (1855-1922)

Suze Robertson (1855 – 1922) schildert als eerste vrouw naaktportretten. Haar stoere stijl in grove streken maakt haar werk succesvol.

Maria Roosen (1957)

Maria Roosen (1957) maakt sculpturen van glas en aquarellen. Belangrijke thema’s daarbij zijn vruchtbaarheid en lichamelijkheid.

Niki de Saint Phalle (1930-2002)

Van Niki de Saint Phalle (1930 – 2002) zijn vooral de kleurrijke Nana’s bekend. Maar in de jaren zestig is zij een radicale vernieuwer met haar geweerschoten op schilderijen.

Charlotte Schleiffert (1967)

Charlotte Schleiffert (Tilburg, 1967) tekent geëngageerde beelden waarin macht en liefde centraal staan. Vaak tekent ze enorme figuren in een stevige, confronterende beeldtaal. Afkomst, gender en onze verwachtingen daarbij, spelen alle een rol.

Thérèse Schwartze (1851-1918)

Thérèse Schwartze (1851 – 1918) is een virtuoze portretschilder. Zij portretteert bijvoorbeeld leden van het koninklijk huis.

Sarah van Sonsbeeck (1976)

Sarah van Sonsbeeck (1976) weet een abstracte notie als stilte op een poëtische manier te vertalen naar beeld. In een kubus waarin ze stilte bewaart, bijvoorbeeld.

Lily van der Stokker (1954)

Lily van der Stokker (1954) biedt met pastelkleurige muurschilderingen vol bloemen, strikken, hartjes en wolken tegenwicht aan kunst die alleen serieus wil zijn.

Evelyn Taocheng Wang (1981)

Het werk van Evelyn Taocheng Wang (1981), geboren en opgeleid in China, behandelt gender, etniciteit en identiteit.

Marjan Teeuwen (1953)

Marjan Teeuwen (1953) stript slooppanden van binnen kaal, om met het afval weer een nieuwe omgeving te bouwen. Een gebouw wordt een sculptuur.

Charley Toorop (1891-1955)

Charley Toorop (Katwijk 1891 – Bergen 1955), dochter van Jan Toorop, schildert in haar portretten personen die je, met hun grote ogen, vanaf het doek indringend aankijken.

Dora Tuynman (1926-1979)

Dora Tuynman (Montpellier 1926 – Deventer 1979) maakt abstract werk in felle kleuren en enorme formaten.

Ellie Uyttenbroek (1965)

Ellie Uyttenbroek (1965) is gefascineerd door mode en kleding. Met fotograaf Ari Versluis maakt zij het wereldberoemde project Exactitudes.

Evi Vingerling (1979)

Evi Vingerling (1979) wint in 2012 de Koninklijke Prijs voor de Vrije Schilderkunst. In haar abstracte doeken experimenteert zij met de waarneming.

Marie Wandscheer (1856-1936)

Marie Wandscheer (1856 – 1936) is een van de Joffers, die zich toeleggen op het schilderen van wat zich binnenshuis afspeelt.

Anne Wenzel (1972)

Anne Wenzel (1972) is een Duitse beeldhouwer die sculpturen van zwartgebakken keramiek maakt. Ze ogen onheilspellend, als eigentijdse gedenktekens.

Efrat Zehavi (1974)

De van oorsprong Israëlische kunstenaar Efrat Zehavi (1974) maakt werk dat gericht is op publieksparticipatie.