Honger*

*Veel eten was er niet.

Vroeg in de oorlog in 1941 kreeg Schiedam een Centrale Keuken, waar mensen één keer per dag een warme maaltijd konden halen.

Vooral aan het einde van de oorlog hadden veel mensen honger. Sommige Schiedamse bedrijven gaven hun personeel een warme maaltijd die ze ter plekke op moesten eten. Op die manier konden ze hun eten niet stiekem met hun gezinsleden delen.

Tijdens de oorlog werden steeds meer producten schaars. Al vóór de oorlog kwam er een bonnensysteem zodat mensen niet konden hamsteren. In 1939 ging suiker op de bon. Wie weet dit nog? Aten jullie bloembollen? Hoe smaakten ze? Met de spoorwegstaking in september 1944 kwam het treinverkeer stil te liggen, hielden de voedseltransporten op en werd het voedseltekort in de Randstad nijpend. Dat leidde tot de Hongerwinter van 1944-1945. 

Voedseldroppings

Doordat de bezetter ook het goederenverkeer voor brandstof had stil gelegd, konden mensen hun huis in deze strenge winter niet verwarmen. Brandstof om iets te koken was er ook nauwelijks. De maaltijden van de Centrale Keuken in Schiedam bevatten nog maar 500 kilocalorieën, je hebt tussen de 2.000 en 3.000 per dag nodig afhankelijk van je fysieke arbeid. In april 1945 volgden de voedseldroppings in de Randstad. Amerikanen kregen van de Duitsers toestemming eten in plaats van bommen te gooien. Via Rotterdam kwam het ook naar Schiedam.

 

Welfare biscuits. Fotografie: Aad Hoogendoorn

Welfare biscuits

Lekker zien ze er uit, deze welfare biscuits of welzijnskoeken. Toch zitten ze niet in de categorie luxeproduct. Het leger had de koeken ontwikkeld. Ze bleven lang goed en bevatten veel calorieën. Tijdens de laatste strenge oorlogswinter had bijna niemand in ​het bezette deel van Nederland meer te eten. Ook in Schiedam sloeg de Hongerwinter toe. Om te helpen, voerden de geallieerde vliegtuigen voedseldroppings met deze welfare biscuit​s uit. Waarom niemand deze koeken op at en wel naar het museum bracht, is een raadsel.

Het verhaal van Petty

Petty Oosthof werd in 1940 in Schiedam geboren en haar vroegste jeugdherinnering-en gaan dan ook over de oorlog. Met name de Hongerwinter herinnert ze zich nog goed.

‘Ik was een kleuter tijdens de Hongerwinter en ben toen haast doodgegaan. Ik had zo weinig te eten dat ik bloeddiarree kreeg. Wij woonden in de Laurens Kosterstraat en daar tegenover zaten scholen. In de Aloysius-school zaten Duitsers. En ik zat daar op het stoepje waarschijnlijk, ik weet niet precies hoe het gebeurde. Er was een hele lieve Duitser en die gaf mijn moeder brood-bonnen. Op de Nieuwe Haven zat een bakkertje en daar mochten we brood halen, wittebrood. Dat weet ik nog wel, dat we daar stonden en twee wittebroden mee naar huis kregen. Nou, dat was wat.’

Petty Oosthof op de stoep voor haar huis. Ze is vier jaar oud en al haar kleren zijn te klein. Haar vestje kan nog nét dicht en in haar schoenen zit een gat waardoor haar grote teen naar buiten steekt. 1945, privécollectie Petty Oosthof.