Verloren Paradijs. Monumentaal tekenen
Robbie Cornelissen, Raquel Maulwurf, Erik Odijk, Sandro Setola, Renie Spoelstra, Aji V.N., Hans de Wit
16 maart - 8 juni 2008

‘Omdat je nou eenmaal niemand angst in kan boezemen als iedereen naar de hemel zou gaan, omdat het onmogelijk is de wereld en de staat draaiende te houden met goedheid alleen en omdat het kwade even noodzakelijk is als het goede, zonde even onmisbaar is als deugd, was wat ik deed van groot belang. ‘
Orhan Pamuk, Ik ben Karmozijn.

In 1667 verschijnt van John Milton (1606 – 1674) het boek Paradise Lost, waarin hij in rijmloze verzen verhaalt over de opstand in de hemel, de oorlog tussen God en Satan, het neerbliksemen van de gevallen engelen naar de hel en hun duivelse wraak op de nieuw geschapen mens in het paradijs: de verleiding van Adam en Eva en hun zondeval.
De tentoonstelling Verloren Paradijs. Monumentaal tekenen ontleent zijn titel aan het boek maar gaat vrij om met de literaire verbeelding van het paradijs. Het concept van de tentoonstelling maakt gebruik van meerdere interpretaties uit de literatuur over het paradijs en de rol van de verschillende protagonisten daarin.
De kunstenaars die deelnemen aan de tentoonstelling zijn Robbie Cornelissen, Raquel Maulwurf, Erik Odijk, Sandro Setola, Renie Spoelstra, Aji V.N. en Hans de Wit.
Zij gaan allen, ieder op een eigen manier in op het verlies van de onschuld van de natuur en de vernietigingen door de mensheid van zowel de natuur als de gebouwde omgeving.
In voorbereiding op de tentoonstelling zal een aantal gesprekken plaatsvinden met de kunstenaars over het paradijselijk bestaan, de rol van goed en kwaad en het streven naar het hogere en betere.
Verschillende religies beschrijven een hoogste vorm en/of doel van het leven. Bij het Christendom start de mens in het paradijs. Het gaat ervan uit dat het paradijs het ideaal is waarin de mens wil en zou moeten leven. Bij oosterse religies is het streven naar het Nirwana het belangrijkste doel in het leven, niet een plek maar een staat van zijn. Hierbij is het uitgangspunt dat de mens onvolmaakt is en streeft naar perfectie. Welke levensovertuiging ook wordt aangehangen, bewust of onbewust zoekt de mens naar de ideale staat. Het bereiken van dit Nirwana, de totale harmonie of de paradijselijke staat, lijkt collectief (nog) niet mogelijk te zijn.
Tijdens de gesprekken staat de vraag of het paradijs de ideale omgeving voor de mens is centraal. Zoals in de Bijbel staat, is de mens geschapen naar het evenbeeld van God, waarbij goed en kwaad onlosmakelijke onderdelen zijn van de persoonlijkheid van de mens. De strijd in de mens tussen goed en kwaad is in principe de basis voor het streven naar verbetering. Het paradijs is een status quo; een plek waar niets verandert, waar geen strijd, geen voor- of achteruitgang plaatsvindt, waar goed of kwaad niet wonen. De aard van de mens maakt dat Adam en Eva ongehoorzaam waren. God hoopt dat de mens niet in verleiding te brengen is, maar plaatst Zijn eigen creatie uiteindelijk op een te hoog voetstuk. De rol van Satan als verleider is een rol die hem door God is gegeven. Hij dacht dat de mens tegen Satan bestand was. De uitdrijving uit het paradijs is misschien een teleurstelling voor God, maar past bij het wezen van de mens en dus ook bij God. Het accepteren van de imperfectie van de mens en de wereld is een vorm van harmonie op zich.

Het streven naar het Nirwana laat de mens in zijn waarde door uit te gaan van de positieve grondhouding dat tekortkomingen onlosmakelijk met de mens verbonden zijn; vanuit dat uitgangspunt kan de mens zich verbeteren.
Willen alle religies en levensovertuigingen uiteindelijk hetzelfde: het beste in de mens naar boven halen en de mens in harmonie met zijn omgeving laten leven? Kan het samensmelten van alle religies en levensovertuigingen zorgen voor een gezamenlijk streven naar het beste dat de mens te bieden heeft, waardoor goed en kwaad samen zorgen voor een betere wereld?

Orhan Pamuk, Ik ben Karmozijn, 47 Ik ben de Satan, pag. 365. Uitgeverij Arbeiderspers, Amsterdam, Antwerpen, dertiende druk oktober 2006.

Aji V.N.

Een eerste blik op het werk van Aji V.N. (Kerala, India, 1968) is zelden genoeg. Hoewel de composities veelal sober zijn, zijn het tegelijk zoekplaatjes waarbij de beschouwer wordt gevraagd mee te dwalen in poëtisch uitgestrekte landschappen. De kleuren zijn zacht, zelfs als het gaat om zwart. Maar een skelet verscholen in het geel en oranje van de woestijn buigt die zachte harmonie tot wrede werkelijkheid. Net zoals de stekelige punten van de planten de lijnen contrasteren. Details zijn plotse stoorzenders in een vredig geheel. De zoete beelden hebben daardoor een bittere bijsmaak.
Aji V.N. tekent al op jonge leeftijd en de keuze voor de kunstacademie is een logische stap. Op het Trivandrum Fine Arts College en de Delhi College of Art in India leert hij ook olieverf ter hand te nemen en enige tijd werkt de kunstenaar met dit medium op doek. Echter, houtskool op gekleurd papier en waterverf zijn de materialen waarmee hij zijn eigen handschrift ontwikkelt. Gum lijkt daarbij net zo belangrijk te zijn. De thema's variëren van menselijke figuren, bos, woestijn, zee tot lucht. Sommige tekeningen hebben een sterke licht/schaduw werking, terwijl andere hun focus richten op lijnen en contouren. Olifanten zwemmen langs horizontale lijnen, lichamen kruipen diagonaal door het beeld en de treden van de trap steken strak af bij de rondingen van bomen en bergen.
Reizend tussen India en Rotterdam (letterlijk en figuurlijk) bewaard Aji talloze beelden in zijn hoofd. De tekeningen zijn echter plaatsgebonden, noch cultuurgebonden.


Hans de Wit

Hans de Wit (Eindhoven, 1952) tekent ondefinieerbare organische vormen. De beelden tonen een versmelting van natuur en machines, bijna altijd verrijkt met kronkelige groeisels. De tekeningen zijn intens, monumentaal en fantasievol. Hoewel raadselachtig, dringt er een realiteit doorheen; een kunsthistorische en een hedendaagse. De Wit kent Gericault. Zijn icoon uit de Romantiek, het Vlot van Medusa , toont hoop en dood in een fascinerend beeld. Echter, De Wit's Vlot drijft op eigentijdse wateren en kent dreigingen die bij deze tijd horen. Het schip is hier omgevormd tot een levend oorlogsvoertuig.
Zijn studie aan de Kunstacademie in Tilburg en de Jan van Eyck Academie in Maastricht ligt al geruime tijd achter hem. De complexe voorstellingen die hij nu maakt zijn zeer gedetailleerd uitgewerkt. De betekenis is niet eenduidig, het tijdsbeeld evenmin. Hedendaagse associaties wisselen zich af met futuristische creaties. Virtuoos tekent de kunstenaar deze beelden op papier, waarbij de maat vrijwel altijd gelijk is: 148 x 260 cm .
In dezelfde dromerige dreigende sfeer als De Wit's Vlot , tekent hij met houtskool en pastel Cicaden. Deze duizenden jaren oude insect, die we voornamelijk kennen door het achtergebleven spuug, is nauwelijks door mutaties veranderd. Wat laat deze kunstenaar ons hiermee zien? De beschouwer ondergaat een kijkervaring die esthetisch is, waar tijd de enige richtingwijzer voor verdere betekenis is.


Robbie Cornelissen

Robbie Cornelissen (Utrecht, 1954) weet wat diepte is. Zijn tekeningen getuigen ervan. Zelfs als er sprake is van een tekenblad vol langgerekte horizontale lijnen, voel je als beschouwer dat het zindert onder het potlood. De diepte kan architectonische vormen aannemen, fantasievolle wezens op zweeftocht door de ruimte voeren of settings met eigen werkelijkheden creëren. Cornelissen geeft diepte aan volle monumentale tekeningen, veelal in zwart wit.
Na een studie biologie/ecologie aan de Rijksuniversiteit Utrecht heeft Cornelissen in tweede instantie gekozen voor het kunstenaarschap. De Vrije Academie (Den Haag) en de Rietveld Academie (Amsterdam) hebben hem onderwezen op de weg naar de kunstenaar die hij is geworden. Van het imiteren van de dikke lagen witte verf van Cy Twombly kwam Cornelissen, gedwongen door ziekte, bij het potlood terecht. Voorzichtige vermoeide streken hebben de weg geopend naar zijn eigen stiel. Cornelissen verkent zijn lichaam en geest. In zijn Utrecht's atelier werkt hij geduldig en gedisciplineerd aan zijn tekeningen. De reis die hij op papier onderneemt, krijgt vaste vorm onder het potlood. Als beschouwer word je uitgenodigd om die reis mee te maken. In eerste instantie weet je niet waar te kijken, er gebeurt veel op het blad. Eenmaal in de ruimte van de tekening getrokken, zie je steeds meer en groeit de wereld onder je ogen. Ondertussen wiegend tussen detail en geheel.
Zo dwaal je in een circus, een fabriek, een arena of sta je oog in een oog met een drie benige dame. Hoewel de weg niet voorgeschreven wordt, raak je die niet kwijt. In een samenspel tussen de kunstenaar, het beeld en de beschouwer ontstaat er een eigen wereld. Een eigen bewustzijn, van dat ene moment. Zo kun je herhaaldelijk kijken en steeds tot nieuwe inzichten komen.


Erik Odijk

Voor Erik Odijk (Deventer, 1959) ligt zijn inspiratie direct in de natuur. Hij gaat er voor op reis en wandelt in ontzagwekkende natuurgebieden van Noord-Amerika, Azië en Scandinavië. Daarna komt hij thuis met onvergetelijke beelden in zijn hoofd en camera. Het wandelen dient niet alleen een artistiek doel, Odijk hoopt er ook een innerlijke beweging mee op gang te brengen. Om tot een beeld te komen heeft Odijk voor een bewerkelijke vorm gekozen, tekenen en nog eens tekenen. Uit ootmoed voor de natuur, zijn achtergrond en zichzelf. Maanden werkt hij aan de opeenstapeling van details die een dicht weloverwogen geheel vormen. Er ontstaat een landschap om in te verdwijnen, maar dichterbij gekomen raak je het overzicht kwijt.
Odijk studeerde aan de Tehatex in Nijmegen en de Academie voor Beeldende Kunst in Arnhem. In de jaren tachtig heeft de kunstenaar resoluut besloten om te gaan tekenen, na een ervaring van de grootsheid van de natuur in Noord- en Midden-Amerika. Hier begon zijn missie. Hij is nuchter, werkt arbeidsintensief en de tekeningen zijn helder. Het werk is geen pamflet, maar een diep respect voor de natuur en haar behoud zijn onlosmakelijk bron voor wandelen en werken.
De indrukken van de wandelaar vinden weerklank in de tekening, die op zijn beurt terugslaat op de beschouwer. Onduidelijk of er schors of aardlagen te zien zijn, is de beschouwer uitgedaagd om beter te kijken. Wars van romantisch taalgebruik, spreekt Odijk over zijn kunstvorm als een fysieke aangelegenheid.
Er gaat een reis aan vooraf, gevolgd door een ambachtelijke uitwerking van het motief. De fotografie mist de dimensionaliteit, het houtskool doet de tekeningen leven. Op zoek naar bezieling, staat Odijk er op om heldere kunst te maken. Juist deze twee dimensies geven ruimte aan de beschouwer.


Renie Spoelstra

Renie Spoelstra (Drachten, 1974) is geïntrigeerd door de sfeer van recreatiegebieden. Dit is te zien in haar werk, sinds 2001 maakt ze houtskooltekeningen van deze door de overheid gekozen plekken om te recreëren. Desolate plekken die tegelijk vertier en verveling uitstralen. Het zijn plaatsen van gecultiveerde natuur, gekenmerkt door een eigen sfeer. Deze is goed terug te vinden in de onscherpe wollige uitwerking van houtskool op papier. Spoelstra werkt aan de hand van video-stills. Haar bezoeken aan deze plekken worden vastgelegd en krijgen in het atelier een tweede leven. Haar titels laten daarbij veel nuchtere realiteitszin zien: ieder werk heeft de naam Recreatiegebied met bijbehorend nummer.
Spoelstra studeerde aan de Koninklijke Academie van de Beeldende Kunsten in Den Haag en de Minerva Academie in Groningen, gevolgd door de Post-St. Joost in Breda. Aanvankelijk maakte ze grote tekeningen van meer idyllische plaatsen. Bosranden en paden waren gevangen in een sfeer van verlangen naar de natuur in haar romantische hoedanigheid. Deze vriendelijke sfeer is omgeslagen naar een meer onheilspellend karakter. Weliswaar staat de natuur nog steeds centraal en komt er in de beelden geen mens aan te pas, toch hangt er iets ongemakkelijks in de lucht. De mens als beschouwer is nodig om die gespannen sfeer te verzilveren.
Door een verblijf van drie maanden in het dorpje Kolderveen heeft Spoelstra opnieuw afstand kunnen nemen van haar dagelijks leven met bijbehorende routine. Dit isolement heeft geleid tot verdiepende stappen in haar werk waar de essentie nog duidelijker verbeeld wordt. Het dreigende karakter is haarscherp gevangen in de leegte en het zwart op papier. De mens is de thematische afwezige in deze natuurlijke beelden, doch voelbaar achter iedere zorgvuldig uitgewerkte struik. Vergeet het landschap, zie de mens.


Sandro Setola  

Sandro Setola (Heerlen, 1976) is een veelzijdig kunstenaar. Hij gebruikt verschillende media: animaties, installaties, video's en tekeningen. Aan de basis van zijn werk staat de fascinatie voor de natuur en natuurlijke processen. Universele thema's zoals isolatie, transformatie, groei en verval keren vaak in het werk terug.
Setola studeerde aan de Academie voor Kunst en Vormgeving te 's-Hertogenbosch, de Glasgow School of Art en de Rijksacademie van de Beeldende Kunsten te Amsterdam. Sinds enkele jaren richt hij zich vooral op architectuur en utopische voorstellen als drager voor zijn ideeën. De spanning tussen een ideale en de feitelijke situatie creëert vragen over de invloed van de omgeving op de mens en vice versa. Dit inspireert Setola tot het uitdiepen van zijn eigen ideeën over o.a. stadsontwikkeling en architectuur. In zijn werk leidt dit tot tekeningen waarin vaak een architectonisch beeld of momentopname van een proces is uitgewerkt.
De gebouwen die hij tekent zijn niet functioneel, maar daar is het de kunstenaar niet om te doen. Ze geven eerder expressie aan een bepaalde gemoedstoestand of leveren commentaar op de urbane leefomgeving.


Raquel Maulwurf

De jonge kunstenaar Raquel Maulwurf (Madrid, 1975) heeft al een behoorlijke staat van dienst hetgeen blijkt uit de lijst van solo- en groepstentoonstellingen in onder andere Tokyo, Londen, Milaan, Berlijn en São Paulo. In de afgelopen tien jaar werkte ze in een bijzonder hoog tempo aan een reeds omvangrijk oeuvre bestaande uit verschillende series tekeningen, zoals Trümmerfelder, FLAK, New York, Zeppelin en Going Nuclear.
Haar werk komt voort uit haar fascinatie voor de menselijke drang tot destructie van zichzelf, de ander en zijn omgeving. Haar tekeningen zijn een verslag van een uitgebreid onderzoek naar de vele verwoeste steden die zij tot onderwerp neemt. Hiervoor bezoekt zij diverse oorlogsarchieven.
In de oorlogsfotografie en -films staat het verdriet van de slachtoffers meestal centraal. Raquel beeldt zelden mensen af. Zij gebruikt foto's als basis, haalt de mensen en het oorlogstuig eruit waardoor alleen de in puin geschoten architectuur of, in nachtsituaties, het licht van de bommenwerpers, het luchtafweergeschut (FLAK) en de stadsbranden overblijven; steden als kerkhoven van zichzelf, nachtelijk vuurwerk maar dan ‘echt' en niet als feestelijke afsluiting van het jaar.
Bij Raquel Maulwurf zie je geen tranen, geen emotioneel en politiek protest tegen wat mensen elkaar aandoen, maar een archief van architectonische getuigenissen van oorlogen uit de twintigste en eenentwintigste eeuw.
Raquel maakt haar tekeningen op verschillende dragers zoals papier, passe-partoutkarton, doek en op de muur. Het werken op passe-partoutkarton geeft haar de mogelijkheid de drager grof te bewerken met scherpe voorwerpen. Zo laat zij met geweld het geweld te voorschijn komen in de tekening. Het tekenoppervlak wordt opengekrast totdat de papierpulp er als het ware 'uitstroomt'. Zo wordt destructie zowel in onderwerp als werkwijze letterlijk voelbaar gemaakt. Deze verschillende aspecten in haar werk komen samen in de titel van haar recente solotentoonstelling in het Stedelijk Museum Schiedam: Drawn to destruction.

Op zaterdag 16 maart heeft het programma MOOIS/TV Rijnmond een reportage uitgezonden over de tentoonstellingen 'Skylines' en 'Verloren Paradijs. Monumentaal tekenen'. U kunt hier het deel over de tentoonstelling Verloren Paradijs bekijken.

 

Terug naar tentoonstellingsarchief

 

 


Robbie Cornelissen
Exploded view, 2005
potlood op papier, 359 x 120 cm collectie kunstenaar
foto: Peter Cox




Raquel Maulwurf
A-bomb, 2008
houtskool/pastel op passe-partoutkarton, 152 x 188 cm
courtesy Livingstone Gallery, Den Haag
foto: Peter Cox



Renie Spoelstra
Recreatiegebied 8, 2003
houtskool op papier
210 x 150 cm.
courtesy RONMANDOS Gallery Amsterdam - Rotterdam

Hans de Wit
Cicaden , 2006
houtskool en pastel op papier
260 x 148 cm
collectie kunstenaar
foto: Peter Cox