Informatie
Tentoonstellingen
Collecties
Kinderen / Jongeren
Onderwijs
Activiteiten
Museumwinkel
Museumcafé
Vrienden
Sponsors
Pers
|
|
Tegenbeeld. Keuzes uit de collectie 2009
doorlopend
Onder de titel Tegenbeeld presenteert het museum confrontaties tussen objecten uit de eigen collectie. Door nieuwe aanwinsten, een keuze voor een bepaald thema of van gastconservator verandert de collectiepresentatie een aantal keren per jaar; niet altijd in zijn geheel, soms slechts één zaal.
In 2009 zijn in zaal 2 en 3 video's uit de collectie te zien en in zaal 5 worden nieuwe aanwinsten voor de CoBrA-collectie aangevuld met oude bekenden. Beeldend kunstenaar Bert Loerakker (Breda, 1948) treedt dit jaar op als gastconservator, zijn keuze uit de collectie is te zien vanaf 13 maart 2009. Hij zoekt naar spannende confrontaties van zijn eigen werk met counterpartners uit de collectie. Het werk van Loerakker is door de schenking van de Stichting Altena Boswinkel ruim vertegenwoordigd in de collectie van het museum. In het volgende nummer van het Bulletin verschijnt een interview met Loerakker over zijn keuzes uit de collectie.
Het Stedelijk Museum Schiedam presenteert van 13 maart tot en met 18 oktober 2009 de tentoonstelling Tegenbeeld. Bert Loerakker kiest uit de collectie. Onder de verzamelnaam Tegenbeeld laat het museum confrontaties zien tussen objecten uit de eigen collectie. Gastconservator Loerakker is een kunstenaar die het dilemma tussen figuratie en abstractie in zijn schilderijen onderzoekt. Hij combineert in twee panelen van gelijk formaat het gevoelsmatige en het verstandelijke. Dat zoeken naar contrast is zijn uitgangspunt bij deze collectiepresentatie.
Op 5 januari 2008 vindt een tragedie plaats. Het atelier van Bert Loerakker in Helmond brandt af. Opgeslagen kunstwerken, zijn archief en geschiedenis gaan verloren, maar een groot deel van zijn werk bevindt zich gelukkig in particuliere verzamelingen en in museale collecties. Beeldend kunstenaar Bert Loerakker (Breda, 1948) is, mede door een schenking van de Stichting Altena Boswinkel, met ruim 130 werken vertegenwoordigd in de collectie van het museum. Bij zijn keuze voor de tentoonstelling heeft hij zijn eigen werk als leidraad gebruikt. De tegenstellingen in materiaal, compositie, kleur en betekenis in de werken die op de tentoonstelling te zien zijn, gaan in meerdere opzichten een relatie met elkaar aan, waardoor figuratie en abstractie soms verassend dicht bij elkaar liggen.
Deze tentoonstelling weerspiegelt de brede blik op de beeldende kunst van Bert Loerakker en heeft een directe link naar de tweedeling in zijn werk: het landschappelijk expressieve en het monochrome minimalistische. Beide manieren van met kunst en schilderen omgaan ziet hij als een uiting van een tegenstelling in hemzelf, een drijfveer van waaruit zijn werk ontstaat. De waarneming van het (stedelijke)landschap, een belangrijk element in zijn eigen werk komt terug in de keuze uit de collectie. Met het werk van JCJ Vanderheyden, Karel Appel, Armando, Henk Peeters, Koen Vermeule, Gerrit Benner en Job Hansen laat Loerakker zien dat hij soms geïnspireerd raakt door het intuïtieve handschrift van de tekening en soms een uitgesproken voorkeur heeft voor het doorwrochte en gelaagde schilderij, ontstaan na een moeizaam proces en veel arbeid. De intensiteit van het moment staat tegenover de overpeinzing, het handschrift versus de vlakke toon van huid en materiaal, bij schilderkunst gaat het volgens Loerakker over het proces waarin schilderijen ontstaan, met zijn keuze laat hij de manier zien waarmee zijn collega-kunstenaars deze probleemstelling op eigen wijze bevragen of proberen op te lossen.
Bert Loerakker is lid van verschillende aankoopadviescommissies en gastconservator geweest van verschillende tentoonstellingen in binnen- en buitenland. Zijn voorkeur gaat uit naar kunstenaars waarbij het werk een zekere mate van eigenzinnigheid heeft, kunstenaars die dingen weten te doorbreken, eigenwijs durven te zijn. Zijn werk was in 1977 voor het eerst in het Stedelijk Museum Schiedam te zien, in een overzichtstentoonstelling uit de periode 1974 - 1977 met tekeningen gouaches, aquarellen en schilderijen. Sindsdien zijn er vele werken aangekocht, geschonken en in bruikleen gegeven.
Tegenbeeld. Video's uit de collectie laat de video-installatie The Secret Garden van A.P. Komen/Karen Murphy en de video Kilowatt Dynasty van Saskia Olde Wolbers zien.
Sinds 1994 werken A.P. Komen (Leeuwarden, 1964) en Karen Murphy (Waterford, Ierland 1968), samen. Ze studeerden toen aan de Rijksakademie in Amsterdam, een academische vervolgstudie na hun opleidingen aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam (Komen) en de Camberwell School of Art in Londen (Murphy).
De video-installaties van A.P. Komen / Karen Murphy gaan over ongemakkelijk relaties tussen mensen. Hoewel de kunstenaars met een zekere distantie de situaties weergeven, kruipen de scènes onder de huid. Als toeschouwer kun je je vereenzelvigen met de scènes omdat deze zowel universeel als privé zijn. De hoofdpersonen in de video's zijn ook de mensen waar het verhaal over gaat; het zijn geen acteurs. Soms, zoals bij het werk The Secret Garden (1995), komen de protagonisten niet letterlijk in beeld, maar wordt het verhaal verteld aan de hand van de materialen waaruit het werk is opgebouwd; een video, foto's en een maquette.
The Secret Garden gaat over een depressieve man die nauwelijks bereikbaar is voor zijn omgeving en zijn zwangere vrouw die besluit abortus te laten plegen. Als zij terugkeert van de ingreep brengt zij een vogelhuisje mee. Hij begrijpt wat er is gebeurd en raakt daarna in een nog diepere depressie. Zijn heil zoekt hij in het aanleggen van een balkontuintje, waarin het vogelhuisje een prominente plaats krijgt. De bloemen fotografeert en documenteert hij. Het enige contact dat hij met de buitenwereld heeft, is met het buurmeisje dat twee balkons verder af en toe naar hem zwaait. Om haar te plezieren plaatst hij tuinkabouters en badeendjes tussen de bloemen. Wanneer de herfst komt verzamelt het kind het zaad van de bloemen en bewaart het om het volgend voorjaar weer te kunnen zaaien.
De videowerken van Saskia Olde Wolbers (Breda,1971) zijn opgebouwd uit combinaties van gesproken woord en beeld. De Engelse monologen vormen de soundtrack bij beelden van sciencefictionachtige interieurs, landschappen en onderwaterwerelden. Terwijl een hypnotiserende stem vertelt over de tragikomische belevenissen van de hoofdpersonen, dwaalt de camera langzaam door vreemde, desolate ruimten. De video's neemt Saskia Olde Wolbers op in miniatuurdecors die in aquaria zijn geplaatst. Met een kleine camera tast zij de maquettes af. Tot in de kleinste details zijn met allerlei materialen planten en architectonische structuren gemaakt. Af en toe duiken bekende, maar binnen de context vreemde attributen op.
In het werk Kilowatt Dynasty (2000) klinkt de stem van een jong Chinees meisje dat over zeventien jaar geboren zal worden. Zij spreekt de beschouwer toe vanuit een onderwatercomplex op de bodem van een immens stuwmeer, dat is ontstaan door de bouw van The Three Gorges Dam . Het is een levendig verhaal over de toekomst. Haar moeder zal een populaire Tv-presentatrice zijn van een teleshop-programma dat uitgezonden wordt vanuit de onderwater stad. Haar vader zal een gedesillusioneerde milieuactivist zijn, die uit protest tegen de aanleg van de dam een gijzelingspoging onderneemt en vervolgens een kind verwekt bij de presentatrice. Het kind dicht haar toekomstige ouders allerlei mooie eigenschappen toe en voorspelt eveneens dat haar moeder zal gaan lijden aan het 'inverted dream syndrome'. Een aandoening waarbij het verschil tussen dromen en waken niet meer kan worden onderscheiden. Ondertussen registreert de camera het stroperige en lichtelijk onheilspellende landschap, dat de beschouwer het gevoel geeft samen met het meisje op de bodem van het meer te zitten.
Tegenbeeld. CoBrA, nieuwe aanwinsten
Het Stedelijk Museum Schiedam verzamelt sinds de jaren vijftig werk van de Nederlandse CoBrA-kunstenaars. In de collectie bevindt zich werk van alle leden van de oorspronkelijke Experimentele Groep: Karel Appel, Eugène Brands, Constant, Corneille, Jan Nieuwenhuijs, Anton Rooskens en Theo Wolvecamp en van verwante kunstenaars als Lucebert, Jan Elburg en Lotti van der Gaag.
Door schenkingen en langdurige bruiklenen van particulieren en het Instituut Collectie Nederland (ICN) groeit de CoBrA-collectie nog steeds. Zo is onlangs weer een aantal werken verworven. In de tentoonstelling Tegenbeeld. CoBrA, nieuwe aanwinsten zijn oude bekenden gecombineerd met nieuwe aanwinsten.
In het najaar van 2008 organiseerde het museum de jubileumtentoonstelling 60 jaar CoBrA. De kleur van vrijheid . Hierin was naast de eigen CoBrA-collectie ook werk te zien van particuliere verzamelaars. Twee van hen besloten het werk in het museum te laten.
De heer Huijssoon geeft één van zijn favoriete werken - Jardin (1951) van Corneille - in langdurig bruikleen, een mooie aanvulling op de werken die het museum van deze kunstenaar al in de collectie heeft. In Habitant du desert (1951 - 52) en Espace Animé (1952) zijn de composities verwant aan Jardin. De werken zijn opgebouwd uit zwart omlijnde vlakjes die ingevuld zijn met sobere kleuren. Zo ontstaan de van de primitieve kunst afgeleide geometrische motieven.
Het museum heeft sinds een aantal jaren een goede relatie met een verzamelaar uit het Oosten van het land. In 2006 gaf hij een groot werk van Theo Wolvecamp in langdurig bruikleen. Na afloop van de CoBrA-tentoonstelling blijven nog drie werken in ons museum: Strandvreugde (1953) en Zonder titel (1961) van Theo Wolvecamp en Zonder titel (1961) van Karel Appel.
Het Instituut Collectie Nederland (ICN) beheert de collectie van het Rijk. Het doel van het ICN is om hun collectie zichtbaar te maken door werken aan onder andere musea in langdurig bruikleen te geven. Zo heeft het Stedelijk Museum Schiedam onlangs een drietal werken in ontvangst mogen nemen: Les Animaux (1961) van Karel Appel, P â turage (1951) van Corneille en Compositie met gele vlek (1956) van Theo Wolvecamp.
Ook is een groot aantal werken van Lucebert toegekend door het ICN. Het museum heeft vierenzeventig werken uit de schenking van de Stichting Lucebert aan de staat in langdurig bruikleen gevraagd. Het werk op papier uit de periode 1956 - 92 is inmiddels in het museum. In de tentoonstelling is hiervan een ruime keuze te zien.
Om de relatie tussen de collectie en de nieuwe aanwinsten te laten zien, zijn ondermeer Dance Macabre (1949) van Anton Rooskens, Victory Borfimah (1949) van Eugène Brands en Oerbeest (1951) van Karel Appel in de tentoonstelling opgenomen.
Terug naar archief
|
|

Bert Loerakker, 2008
foto Aurora Loerakker
Heringa/Van Kalsbeek, zonder titel, 2005
porselein, hars, touw, draad staal en hout,
140 x 46 x 51 cm.
collectie Stedelijk Museum Schiedam
Armando, 6x rood,
1971
lak op plaatstaal op hardboard
76 x 60 cm.
collectie Stedelijk Museum Schiedam
|