Iris van Dongen. Suspicious
Tekeningen 2003 – 2009
25 januari – 10 mei 2009

- Wilma Sütö -

Iris van Dongen (Tilburg, 1975, woont en werkt in Berlijn) is een slangenbezweerder in de kunst, haar werk roept zachte klanken op, maar ook een vermoeden van sluipend gevaar. Ze maakt schilderachtige tekeningen die door vrouwen worden beheerst: monumentaal, veelkleurig en mysterieus.
Met dubbele lagen pastel en houtskool over elkaar heen, roept Van Dongen in een duistere omgeving beeldschone heldinnen op. Dit zouden zussen kunnen zijn, of beter gezegd moderne nazaten, van de godinnen uit de klassieke mythologie: eeuwig jong, mooi en sterk, en zelfs in hun verdriet getooid met de allure van een (tragische) prinses.
Weerspiegelingen van de eigen tijd en omgeving komen in dit verfijnde werk bovendien samen met herinneringen aan de romantische of symbolistische schilderkunst uit de negentiende eeuw, van Engelse Pre-Rafaëlieten zoals John Everett Millais en Weense Jugendstil-kunstenaars zoals Gustave Klimt . Maar met heel hun schat aan geschiedenis, zijn haar vrouwen toch duidelijk afgezanten van de eenentwintigste eeuw.
In een periode van vijf jaar, tussen 2003 en 2009, hebben zij zich ontwikkeld van melancholische of melangolieke meisjes tot vrijgevochten sterren, die nu eens uit een film noir lijken te zijn gestapt, en dan weer optreden als pin-ups. Terwijl ze in het begin nog wegdromen met zwart-witte zweetbandjes en sjaals vol doodskoppen, als lieflijk boegbeeld van de gothic subcultuur, verrijzen ze nu ten voeten uit en onverschrokken voor het publiek: als magische wezens met rode flitsogen, die zich levende draken als amulet kunnen veroorloven, en sensueel een kluwen slangen om hun benen laten kronkelen.
Deze fatale vrouwen zijn meester over zichzelf, de natuur en het beest in de mens. De slang is tegelijkertijd hun wapen, hun sieraad en hun alter ego. De titel van de tekeningenreeks die Van Dongen in 2008 aan deze vrouw toekent of geeft, luidt, met het Engelse woord voor argwanend of verdacht, Suspicious – en meteen is het alsof we de slang zelf horen spreken, die ons er sissend van verzekert dat met deze heldinnen, waakzaam en zelfbewust, niet valt te spotten. Zij zijn de hogepriesteressen van de vrouwenmacht.

Hoewel het werk van Van Dongen aanlokkelijk goed is getekend, zacht gekleurd en rijk gedecoreerd op het decadente af, komt er telkens die twee-eenheid van werelden in naar voren. Het verleidelijke en het verraderlijke gaan samen op. Zoals op speelkaarten de heer, de vrouw en de boer zichzelf om en om als borstbeeld spiegelen, en zoals op tarotkaarten de fabelachtige figuren zich lenen voor een keur aan interpretaties, zo spelen innerlijk en uiterlijk, licht en donker, leven en dood in de tekeningen van Van Dongen voortdurend een rollenspel.

Night has Fallen (2005) laat een jong meisje zien dat in schaduwen gehuld gaat en haar hart in haar handen draagt, alsof ze het aanbiedt – misschien aan ons, haar publiek, misschien aan een minnaar die buiten beeld is geraakt. Elders beweegt zij zich voort, in de nabijheid van de dood, in werken met betekenisvolle titels als She is the Night (2004). Hier komt ze tevoorschijn uit een tuin, waarin zich een schedel aftekent in het gebladerte van de bomen, als in een visioen. Haar gehypnotiseerde blik versterkt het gevoel dat zij zich in een schemergebied bevindt, halverwege het heden en het hiernamaals, waar een schedel meer is dan een ding of symbool, eerder een wezen, zoals de slang.
De schedel, de slang en de duivel. In het meest recente werk verschijnt Mephisto op het toneel, soms op de achtergrond, als sculpturale decoratie bij een zittende vrouw, maar ook in eigen persoon. We zien hem half en half dansend met een vrouw die slaapdronken in zijn armen hangt. Hun losse omhelzing is teder, met elegante handgebaren, en de dreiging van een wrede wending is gedoemd eeuwig in de lucht te blijven hangen. De tekening Echo (2008) sublimeert een momentopname: de ondeelbare eenheid van licht en donker. Of, in de woorden van Van Dongen: ‘Alsof naast het lichaam van de vrouw haar geest zichtbaar wordt. Met de schedel, de slang en de duivel, laat zij in al haar tekeningen de dood zij aan zij met het leven gaan, het goede zij aan zij met het kwaad. ‘Omdat dat de manier is waarop wij leven: met onze demonen om ons heen.'

Bij de tentoonstelling Iris van Dongen. Suspicious. Tekeningen 2003 – 2009 verschijnt in samenwerking met BnM Uitgevers een catalogus met een royale selectie van de tekeningen. Dit boek, met een essay van Sacha Bronwasser , is voor € 25,00 te koop in de museumwinkel.

Citaat ontleend aan een gesprek van de auteur met de kunstenaar in haar atelier in Berlijn, 13 november 2008

 

 

 

U kunt hier een fragment uit de film Iris van Dongen. Suspicious bekijken. Deze film is gemaakt door Moois, cultureel magazine

Terug naar tentoonstellingsarchief

 


Iris van Dongen
Suspicious III, 2008
pastel, houtskool, potlood op papier, 240 x 150 cm
collectie Van Dam Art Collection, Nederland
foto: Sander Tiedema