de Volkskrant Beeldende Kunst Prijs 2012

De Volkskrant Beeldende Kunst Prijs 2012

De genomineerden: Charlotte Dumas, David Jablonowski, Tala Madani, Rory Pilgrim, Sarah van Sonsbeeck

Vijf getalenteerde kunstenaars, niet ouder dan 35 jaar en werkzaam in Nederland, zijn door specialisten uit de kunstwereld genomineerd voor de Volkskrant Beeldende Kunst Prijs 2012: Charlotte Dumas, David Jablonowksi, Tala Madani, Rory Pilgrim en Sarah van Sonsbeeck. De kunstprijs beleeft haar zesde editie en wordt georganiseerd in samenwerking met de Volkskrant, het Mondriaan Fonds en de NTR.

De scouts 2012 zijn: Erik van Lieshout (kunstenaar), Domeniek Ruyters (hoofdredacteur kunsttijdschrift Metropolis M), Ella van Zanten (hoofd kunstzaken Rabobank), Chris Driessen (directeur Stichting Fundament, Lustwarande Tilburg) en Macha Roesink (directeur De Paviljoens Almere).

Voorzitter van de jury is dit jaar Jan Mulder, schrijver, oud-profvoetballer, kunstliefhebber en commentator in De Wereld Draait Door. Samen met de juryleden Lex ter Braak (directeur Jan van Eijk Academie Maastricht, ex-directeur Fonds BKVB), Sacha Bronwasser (kunstcriticus de Volkskrant) en Maria Roosen (kunstenaar) wordt een winnaar gekozen. In een speciale uitzending van Kunststof TV (NTR) op zondag 8 april wordt de winnaar bekendgemaakt. De prijs van 10.000 euro is gefinancierd door het Mondriaan Fonds. De Publieksfavoriet wordt bekengemaakt tijdens een speciale dag in het Stedelijk Museum Schiedam op 17 juni.

Het Stedelijk Museum Schiedam toont het werk van de vijf genomineerden op een tentoonstelling die even veelzijdig, aanstekelijk, diepzinnig en dynamisch is als de wereld rondom.

Charlotte Dumas

Politiehonden en politiepaarden waren haar eerste modellen, daarna volgden portretten van andere dieren, wild en getemd. Charlotte Dumas (Vlaardingen, 1977) kreeg internationale faam met haar foto’s: het meest recent van reddingshonden die in New York naar slachtoffers zochten onder het puin van de Twin Towers. Dumas heeft de gepensioneerde speurhonden her en der in de Verenigde Staten opgezocht en laat ze zien in aandachtige portretten, een bescheiden heldenreeks onder de titel Retrieved. Dit werk viel samen met het tienjarig jubileum van de aanslag in New York en is wereldwijd opgepikt door de pers. De hondenportretten bieden een nieuwe manier om de aanslag te herdenken: als spiegel van de menselijke ontreddering en van onze emotionele en functionele afhankelijkheid.

Dumas centreert de door haar gefotografeerde dieren in klassieke composities. Met contrasten van licht en donker haalt ze de glans, de zachtheid en de textuur naar voren van huid en haar. Haar werk is even sensueel als expressief, mede door de monumentaliteit en lichamelijke nabijheid van de dieren. Ella van Zanten, hoofd Kunstzaken van de RABO-collectie, die als scout Charlotte Dumas heeft voorgedragen voor de VKBK Prijs 2012 zegt: ‘De diepgaande relatie tussen haar en het dier en het psychologisch portret dat zij ervan weet vast te leggen, ontstijgt de fotografie van geliefde (huis)dieren en geeft het onderwerp een sterke, conceptuele dimensie.’

Of het nu gaat om renpaarden uit Palermo en Parijs, om vechthonden uit een asiel in New York of om tijgers uit reservaten en uit een rondreizend circus in Amerika: de dieren zijn zich steeds van Dumas’ aanwezigheid bewust. Ze poseren en kijken naar ons terug. Daarbij toont Dumas vele manieren van ‘kijken’. Zij koppelt haar eigen observatievermogen aan dat van de dieren. Die zijn even alert als wij en beloeren, begluren, taxeren en bezien ons, net zoals wij hen aan onze blikken onderwerpen.

David Jablonowski

David Jablonowksi (Bochum, Duitsland, 1982) maakt sculpturen met sterke contrasten in materialen. Hij bespeelt de tegenstelling tussen cultuurgeschiedenis en technologische ontwikkeling. Formele herinneringen aan tempels of grafmonumenten tekenen zich bijvoorbeeld af in stapelingen van blokken piepschuim, ogend als steen. En deze bouwwerken komen weer samen met printers, scanners, kopieermachines of onderdelen van een offsetpers: apparaten voor het vermenigvuldigen van informatie, die hier echter vooral hun eigen constructie weerspiegelen. Als Jablonowski een monitor gebruikt is het, anders dan gewoonlijk, niet de bedoeling dat het uitgezonden beeld het apparaat domineert. Voor- en achterkant zijn beide bepalend: de rug van een flat screen kan bij hem fungeren als het omslag van een boek dat openklapt.

Jablonowski’s werk heeft een ingetogen theatrale uitstraling. Het is alsof op de restanten van sacrale, ooit voor de eeuwigheid bestemde architectuur een doorgedraaide reproductiemaatschappij is gebouwd. Toch bedrijft Jablonowski geen maatschappijkritiek. Zijn beelden en installaties zijn daarvoor te raadselachtig. De apparaten krijgen een eigen esthetische aantrekkingskracht. Ze roepen de magie terug die schuilt in het paradoxale fenomeen van de herhaalde momentopname; de vermenigvuldiging van het unieke manuscript.

Unicum naast reproductie, kennis versus informatie, het diepzinnige tegenover het oppervlakkige: het werk van Jablonowski scant als het ware de verwantschappen en verschillen tussen historische en hedendaagse vormen van waardebepaling, communicatie en overlevering. Tentoonstellingsmaker Chris Driessen, directeur van de Stichting Fundament, die Jablonowski voor de VKBK Prijs 2012 heeft gescout, noemt zijn werk ‘formeel fascinerend’, maar roemt ook ‘de grote, filosofische en artistieke thema’s’ in Jablonowski’s werk, cirkelend rond de vraag: hoe wordt betekenis gemaakt en verspreid?

Tala Madani

In de virtuoze schilderijen en animatiefilms van Tala Madani treden voornamelijk mannen op. Gemakkelijk hebben die het niet. Ze staan elkaar naar het leven of hun kale hoofd wordt door steekvliegen belaagd tot het barst. Het werk van Madani is plastisch geschilderd en kruipt gemakkelijk onder je huid, ook al komt het geestig over. De humor ontvouwt zich al snel als grimmig en gewelddadig. Een man kan zelfs door zijn eigen schaduw worden bespot.

Onlangs maakte Madani een groep werken over djinns: wezens die bezit kunnen nemen van mensen. Zulke - meestal kwade - geesten doen ook in de 21ste eeuw wereldwijd hun invloed gelden. Madani speelt met dit grillige fenomeen. Zij vangt de spookbeelden die wij zelf in het leven roepen, en die overal en nergens kunnen opdoemen: bijvoorbeeld ook in de gedaante van een hoofddoek of sluier, getuige de actuele politieke onrust hierover in Nederland.

Tala Madani (1981, Teheran) woont sinds haar dertiende in het Westen. In Amerika voltooide ze Yale University School of Art, daarna bezocht ze de Rijksakademie in Amsterdam. Haar schilderijen en animatiefilms zijn opgenomen in de Saatchi Collectie in Londen en waren te zien op de expositie Greater New York, MoMA, PS1 (2010) en de Biennale van Venetië, in de groepstentoonstelling Speech Matters in het Deense paviljoen (2011). Eind 2011 opende haar eerste Nederlandse overzicht, in het Stedelijk Museum Bureau Amsterdam.

Madani werd genomineerd voor de Volkskrant Beeldende Kunst Prijs 2012 door Domeniek Ruijters, hoofdredacteur van vaktijdschrift Metropolis M. Hij noemt haar werk ‘ongelooflijk rijk en veelzijdig, terwijl het er zo eenvoudig uitziet.’ Madani’s belangrijkste onderwerpen zijn culturele en seksuele diversiteit. Deze materie wordt licht en helder in beeld gebracht, wat verraderlijk is, want haar voorstellingen zijn kritisch als cartoons of karikaturen in de krant. Daarbij zijn ze, zoals haar scout zegt: ‘keihard en messcherp’.

Rory Pilgrim

Rory Pilgrim (Bristol, Engeland, 1988) geeft een stem aan de kunst: de stem van de activist, maar ook die van de koorzanger. Waar al het goede in drieën komt, geldt dat bij hem voor het samengaan van beeldende, muzikale en politieke aspecten. Hij maakt performances die de kunst in het leven brengen en het leven in de kunst. Of, zoals kunstenaar Erik van Lieshout het zegt, die hem heeft gescout voor de VKBK Prijs 2012: ‘Rory wil de wereld veranderen door een nieuwe, harmonieuze manier van schoonheid te ontwikkelen. Bij hem hangt er altijd een regenboog over alles.’

Van Lieshout waardeert in het werk van Pilgrim dat het ‘politiek en sociaal is, op een heel eigen manier.’ Pilgrim richt een museumzaal bijvoorbeeld in als ontmoetingsplek, vergaderruimte en bezinningsoord ineen. Hij brengt vragen over individuele vrijheden en culturele en politieke verantwoordelijkheden naar voren. Soms nodigt hij scholieren uit, dan weer senioren of kerkgemeenschappen om hun stem te doen klinken, in een kringgesprek of speciaal voor de gelegenheid geschreven koorliederen, die gecomponeerd zijn door Pilgrim zelf.

Soms bekleedt Pilgrim de ramen van een kunstinstelling met een persoonlijke variant op ideële reclame, waarin een fijn gevoel voor kleur en vorm zichtbaar wordt. Zo verlevendigde hij in 2011 de gevel van De Hallen in Haarlem met het zonnig geel/oranje/rode werk Wholeheartedly: posters op maat, waarin de woorden ‘protect’ en ‘survive’ waren verwerkt. In het jaar dat de Nederlandse politiek in historische mate op de kunst bezuinigde, schemerde hier juist een pleidooi voor het koesteren van de kunsten in door. Een koor van scholieren zong de volledige tekst, inclusief de zinsneden ‘an absent voice, a beating heart’. Op Pilgrims aanwijzingen klonk hun lied als ‘een hartslag vol hoop’.

Sarah van Sonsbeeck

‘De vraag wat stilte is en hoe stilte te vinden, te bewaren en door te geven is, is belangrijk voor Sarah van Sonsbeeck’, zegt Macha Roesink, directeur van De Paviljoens in Almere, en zij voegt eraan toe: ‘Ik nomineer haar voor de VKBK Prijs 2012 omdat zij van de ogenschijnlijk dagelijkse realiteit met eenvoudige middelen een sublieme ervaring van ruimte kan creëren.’

Een voorbeeld van zulke bijzondere ruimtelijke ervaringen in Van Sonsbeecks werk is de sculptuur One Cubic Meter of Broken Silence uit 2009, een kubus van glas, die aanvankelijk perfect gesloten was: een roerloos en geruisloos toonbeeld van harmonie. Het stond in Almere in de open lucht, een geometrisch reservoir vervuld van niets dan leegte en stilte, als tegenwicht op de dynamiek en wanorde rondom. Totdat het werd gemolesteerd. Alle zijden en de bovenkant werden met grof geweld kapot geramd. One Cubic Meter of Silence veranderde in One Cubic Meter of Broken Silence. Het glas is gebroken en deels versplinterd, maar de vorm van de kubus bleef intact. Met de macht van de paradox markeren de sporen van geweld zo alsnog de (gebruuskeerde) stilte.

Sarah van Sonsbeeck (Utrecht, 1976) is als architect opgeleid aan de TU in Delft. Daarna voltooide ze de Rietveld Academie in Amsterdam en verbleef ze op de Rijksakademie. In 2010 publiceerde ze het kunstenaarsboek Mental Space, How my neighbours became buildings, waarin ze met tekeningen, foto’s, teksten en plattegronden de zichtlijnen en geluidsstromen inventariseert waarmee de buren haar huis in beslag (kunnen) nemen. De onafwendbare invloed van buitenaf wordt in haar latere werk Acoustic painting zo concreet mogelijk gesmoord, zij het ook in overdrachtelijke zin: de schilderijen annex wandreliëfs bestaan uit anti-tochtstrips en geluidswerende materialen, zoals was en watten, die voor alles de broosheid van het persoonlijke territorium weerkaatsen.

Wilma Sütö

De Grote of Sint Janskerk, Lange Kerkstaat 37, 3111 NN Schiedam

Openingstijden: dinsdag t/m zaterdag van 10.00 – 17.00 uur, op Hemelvaartsdag is de kerk geopend vanaf 11.30 uur meer>

Aanmelden voor de nieuwsbrief

Wij houden u graag op de hoogte!

Klik hier om u aan te melden

Copyright Stedelijk Museum Schiedam 2010 - 2012

Realisatie Qwerta Webdevelopment