Evelyne Janssen, waarnemend directeur

Napraten over een tentoonstelling? Of delen in de voorpret? Misschien is dat wel even leuk als het bezoek zelf. Nog leuker wordt het als je dat kunt doen met Evelyne Janssen, beeldend kunstenaar en dochter van Pierre Janssen. Op zaterdag 24 en zondag 25 juni treedt ze in de voetsporen van haar vader. Als waarnemend directeur heeft Evelyne Janssen het hele weekend een eigen plek in de entree van het Stedelijk Museum Schiedam.
 
Iedereen kan langskomen, tussen 11 - 17.00 uur, om haar minitentoonstelling te bekijken of dát te vragen wat je altijd al wilde weten. Het natafelen met Evelyne Janssen combineert perfect met een bezoek aan de tentoonstelling Pierre Janssen - In de greep van de kunst, nog te zien tot en met 3 september 2017.
 
Evelyne Janssen een weekend lang museumdirecteur
 
 
Waarnemend directeur
Evelyne ging altijd met haar vader mee naar tentoonstellingen en besloot al vroeg dat ze beeldend kunstenaar wilde worden. Ze gebruikt vaak speelgoed waarmee ze in haar miniatuurwereld verhalen vertelt. Haar minitentoonstelling bestaat niet alleen uit eigen werk. Ze presenteert ook twee kunstenaars met wie zij zich verwant voelt: Herman Helle en Lidy Jacobs. Het bureau van Evelyne Janssen is gratis toegankelijk. Haar directeurschap past in de reeks waarbij een buitenstaander tijdelijk op de directeursstoel zit. Directeur Deirdre Carasso kon het niet laten en nam een weekend vrij. Eerder was kunstenaar Jacques Tange tijdens haar vakantie tijdelijk directeur.

 

Het vreemde, het rare
Als  conservator bij het Stedelijk Museum Schiedam wist Pierre Janssen een nieuw publiek voor kunst te interesseren. Hoe hij dat deed en wat zijn geheim was, valt nu tien jaar na zijn dood in het museum te ontdekken. Landelijk raakte hij bekend met zijn televisiepraatjes over kunst die enorm populair waren. Soms keken er wel twee miljoen mensen. Maar eigenlijk ging het hem niet om de kunst: ‘Het gaat over het vreemde dat je tegenover je krijgt, het rare, het schijnbaar onbegrijpelijke.’ Kunstwerken, zo zei hij, ‘dat zijn eigenlijk mensen; en je kunt je best doen op die mensen’.